Select Page

Driewieler met twee wielen

Driewieler met twee wielen

“Buurvrouw, ik heb een mooie fiets.” Ik kijk en zie het meiske van twee met een fietsje staan waarvan ik onmiddellijk denk: zoiets zou ik ook wel gehad willen hebben vroeger. Mezelf daarna onmiddellijk virtueel om de oren slaand en denkend: zou ik nu echt al een beetje beginnen af te takelen dat ik zoiets denk?

Het turfje van hiernaast is in de zeven de hemel (een plek waar ze gezien het feit dat het gezin elke zondag twee keer in de kerk zit, vast nog wel komt) met haar roze fiets met slierten eraan. Trots rijdt ze een rondje over de parkeerplaats, enthousiast door mij aangemoedigd.

Wat een verschil met toen mijn dochter moest leren fietsen. Alles wat ik van fietsen en het didactisch overbrengen van die vaardigheid van vroeger kende, kon subiet overboord. Het – waarschijnlijk geromantiseerde- beeld van een ouderlijke hand aan het zadel en twee tegelijkertijd in renpositie verkerende benen, deed geen opgeld toen mijn dochter op de fiets moest.

Ja moest, want dat was één van de voorwaarden die we haar stelden toen ze besloot om van mij een fulltime moeder te maken. Ze moest werk zoeken, een cursus of bezigheid doen, leren fietsen en beter Nederlands leren spreken. Voorwaarden waar ze volmondig mee instemde.

Het werk was snel geregeld, de volleybalclub werd met tegenzin bezocht – we wisten toen nog niet dat haar geestelijke littekens nog helemaal opengekrabd lagen- en het Nederlands was een praktijkkwestie.

Voor haar werk moest ze zich om zes uur in de tuinderij melden. Manlief stond om half zes op en bracht haar drie weken lang naar haar werk en haalde haar ook weer op. Dit beviel haar wel en de angst voor de fiets en het verkeer, brachten haar op het idee om te melden dat ze dit wel een prima optie vond. Oeps, dat had ik met zoonlief niet meegemaakt en bovendien zat ik met een loyaliteitsprobleem: man of kind?

Het werd man, vanuit de gedachte dat afspraak afspraak is en dat een kind – ook een kind van zeventien – gebaat is bij duidelijke grenzen en bovendien zelfstandig moet kunnen functioneren. Ik zou als moeder toch schandalig falen wanneer zij later altijd iemand nodig zou hebben om ergens te komen of dat ze zonder moeder of man niet naar een dokter zou kunnen. Tot haar frustratie lukte het haar dus dit keer niet ons met haar prachtige oogopslag om haar ranke vingertje te winden. En toen hadden we dus een huis met heibel.

Daar had ik in mijn moederdromen niet helemaal rekening mee gehouden. Nou ja, af en toe een beetje meningsverschil, maar dat zou ik tactvol oplossen en mijn kind zou begrijpend knikken. Dit was andere koek. Hoe leer je een onwillige tiener fietsen? Niks leuke roze driewieler, geen groter-groei-fiets desnoods met blokjes aan de trappers (alhoewel ze die tegenwoordig geloof ik niet meer gebruiken). Boosheid, tranen, drift en langzaam aan voelde ik hoe al mijn moedergevoelens plaats leken te maken voor gekrenkte trots en ego. Hoe kon dat nou, waar was nou mijn inlevingsvermogen en tact?

Pleite, foetsie en verdrongen door de angst dat ik bij de eerste moederschaptest jammerlijk faalde. Moesten we haar dan terugsturen? Mijn dochter, gezegend met een feilloos aanvoelend vermogen, ging tot de rand. Letterlijk tot het laatste moment hield ze koppig – of is dat standvastig? – stand. Tot ze begreep dat de ultieme consequentie voor haarzelf zou zijn. Toen stapte ze met een aardig buurmeisje op haar fiets en verdween uit zicht. Samen oefenend en stralend terugkomend: het was hartstikke leuk.

Het kan dus blijkbaar wel, leren fietsen op een driewieler die maar twee wielen heeft. Maar ik raad het niemand aan!

About The Author

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Share This