Select Page

Een onsje minder

Een onsje minder

“Een moederlijk figuur” lees ik vandaag in een van de contactadvertenties die ik, uit nostalgische overwegingen en herinneringen, nog wel eens vluchtig doorlees. Overigens met blijdschap dat ik niet meer hoef, dat ik ben voorzien en dat ik mijn eigen hoogstpersoonlijke hunk heb gevonden. Het kostte een huwelijk en een lange relatie voordat het zo ver was en inderdaad, uiteindelijk was het medium internet onze koppelaar. Niks mis mee, als je tenminste zoals ik na jaren je vooroordelen over die manier van partner zoeken, eindelijk overboord kunt kieperen.

Het resulteerde in een schitterend trouwpak, een fantastische trouwdag met pannenkoeken en ook nog een huwelijksreis met een man die zelf ook flink van het leven had geleerd.

Als ik die omschrijving moederlijk figuur nog eens herlees, vraag ik me af wat de schrijfster eigenlijk bedoelt. Is ze een kloekje dat graag bemoedert met het risico dat ze voor anderen meer een bemoeial is dan een bemoederaar? Of bedoelt ze wat eufimistischer dat ze eigenlijk een wat rondere verschijningsvorm heeft? Rubensfiguur schreef ik destijds in mijn eigen wervingsadvertentie. Raar eigenlijk zo’n gedachte want oké, een zwangerschap levert vaak een paar blijvende pondjes op die je niet zo gemakkelijk tegelijk met het kind met het badwater wegmikt, maar hoe erg is dat nou? En wie bepaalt eigenlijk wat moederlijk is?

De eerste dag dat ik mijn dochter ontmoette die toen nog helemaal mijn dochter niet was, kwam ze naast me staan en sloeg haar arm om mijn middel. Nou ja, dat was de bedoeling, maar erg ver kwam dat kleine armpje om dat Rubensmiddel niet. Nooit, maar dan ook nooit heb ik haar iets over mijn moederlijk voorkomen horen zeggen. Nooit heb ik in haar ogen ook maar de minste glimp van schaamte gezien. Voor haar waren bij de woorden uiterlijk en moeder, het laatste woord gelukkig het belangrijkste van die twee woorden.

Voor mij een openbaring omdat ik als kind zelf heel anders tegen mijn volslanke moeder aan keek. Waarbij de schaamte inmiddels groot mag zijn, want op foto’s leg ik het zwaar tegen haar af.

Betekent dat dan ook dat je gedrag als moeder te allen tijde oké is voor je kind? Vergeet het maar. Niet alleen reageert ieder kind anders, dus het schaamteniveau ligt ook zeer divers, maar er zijn volgens mij maar heel weinig moeders die tegenover hun kinderen niet hetzelfde gevoel hebben als tegenover hun partner: ze moeten trots zijn op ons als moeder.

De eerste keer dat mijn niet-buikdochter tegen iemand zei: dit is mijn moeder, had ik ter plekke willen sterven van geluk, maar als er op hetzelfde moment twintig kilo van me afgesmolten was, had ik dat ook prima gevonden. Als mijn dochter maar trots op me zou zijn. Waar komt die gedachte vandaan en ben ik de enige die dat zo voelt? Is het de projectie van eigen onvermogen die door je kind ontkent moet worden zodat onvermogen zich kan omvormen tot eigenwaarde? Waarom is moeder-zijn niet voldoende, maar moeten we ook nog een slanke, aardige, perfecte, pedagogische, nooit transpirerende, sociale, voorlees-, sportende en creatieve moeder zijn? Mag het asjeblieft zo af en toe een onsje minder, dan durf ik me tenminste ook voluit moeder te noemen.

About The Author

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Share This