Select Page

Ik hou van je, ga maar

Ik hou van je, ga maar

Moederliefde bezingen is van alle smartlaptijden. Helemaal gek werd ik van Heintje met zijn mamma, het liefst in hoofdletters uitgesproken en gezongen. En dan had je het nog veel gruwelijker: Ik heb eerbied voor jouw grijze haren. Ze konden me werkelijk op de kast krijgen (en dan zelf maar zien hoe ik er weer af kwam) door de radio harder te zetten als Gert Timmermans dat gedrocht kweelde. Pierre Kartner had ook nog iets, maar gelukkig is dat genadiglijk uit mijn geheugen gewist. Scheelt weer. En ga als lezer nu niet speculeren en zoutwaterpsychologeren over wat die gedachtes over de relatie met mijn eigen moeder zeggen, want zo’n automatisme heeft de neiging al snel de verkeerde kant uit te zwabberen.

Moederliefde, nou ik wist het wel en wachtend op de dag dat ik dat kon bewijzen, sublimeerde ik het gevoel. Lief zou ik zijn en nooit onredelijk. Altijd begrijpend en vergevend. Invoelend en meelevend en natuurlijk heel leuk met hele ritsen vriendjes en vriendinnetjes die altijd konden mee-eten. Hoofdpijn, menstruatiepijn, kiespijn en andere ongemakken verborg ik achter een altijd aanwezige glimlach. Met mijn door iedereen bewonderde figuur, niet geruïneerd door drie zwangerschappen (vijf had ik toen al verwezen naar het land van utopische fantasieën) werd ik ook nog eens de aanspreekmoeder voor al die vrouwen die het nét effies niet snapten of ietsjes verkeerd deden.

Ja, zo zou ik moeder zijn voor mijn kinderen die altijd in de nieuwste – zelf genaaide en gebreide – creaties beeldschoon liepen te zijn. O ja, ik was natuurlijk ook heel lief voor mijn man, dat sprak vanzelf. Wacht maar tot ik moeder ben!

Nou daar kon ik dus lang op wachten, heel lang, nog langer, veel te lang en uiteindelijk kon ik na heel veel tranen en pijnlijke ongesteldheden, mijn droom bij het oud vuil zetten. Nooit zou ik buikmoeder worden

Tot ik mijn zoon in Hongarije ontmoette. Daar was hij dan: mijn kind dat niet mijn buikkind maar toch mijn kind wilde zijn. Op een koude donderdagmiddag stond hij bij de Hongaarse grens me op te wachten, zijn hele bezit in een plastic tasje. Zijn geboortemoeder – met bijzonder weinig mogelijkheden tot het leven uitgerust – liet hij achter. Het leek alsof ze nauwelijks besefte dat haar zoon vertrok. Hij kwam met mij mee, liet zich onderdompelen in zijn nieuwe leven. Ging naar school en knokte zich daar knap doorheen. Hij was populair want alsof ik hem zelf gemaakt had: hij was echt heel leuk, knap en vriendelijk. Het leven was goed en zo lang hij nu maar elke drie, vier maanden even terug kon naar zijn Hongaarse plekje, kon hij het leven prima aan en als zijn niet-buikmoeder kon ik niet trotser en blijer zijn dan na een bevalling van 24 uur.

Nu kon ik bewijzen wat moederliefde was en goh, wat was dat gemakkelijk. De relatie waarin ik verkeerde was beroerd, maar ik hield hem in stand om mijn kind niet voor de tweede keer van een man in zijn bestaan te beroven. Streng sprak ik zoonlief toe als hij kattekwaad uitvrat, liefdevol vergaf ik hem zijn streken nadat ik had uitgelegd dat hij niet alles kon uithalen wat in zijn hoofd opkwam. Het leven was goed en ik was moeder van hem, en mijn vakantiedochter die twee keer per jaar kwam.

Tot de dag dat hij niet terugkwam van zijn bezoek aan Hongarije. Weggelopen bij de bus die hem moest thuisbrengen. Zoek en nergens te vinden. Slapeloze nachten tot er een telefoontje komt: ik heb zo’n heimwee. Ik wil hier blijven, niet meer naar school. Ik hou van jou maar ik wil hier zijn.

Toen moest ik diep graven naar mijn moederliefde. Hi­j was en is de hoofdpersoon in zijn leven, zo moet het ook zijn. Met een glimlach heb ik gezegd dat het goed was, dat hij mocht doen wat hij wilde. Pas daarna ben ik gaan huilen, huilen, huilen!

Moederliefde kan zo’n pijn doen.

About The Author

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Share This