Select Page

Kleinkinderenfeuilleton deel 12

Kleinkinderenfeuilleton deel 12

De aanloop naar eerste kindje van jongste dochter Caroline en haar Rutger, mijn (biologische) kleinkind is er een van continu vergelijken en reflectie. Neem haar buik. Ze draagt kleren die haar buik accentueren. Hoe strakker hoe mooier. Iedereen mag het zien. Toen ik oudste dochter Micky verwachtte droeg ik wijde kleding. Vooral heel wijde tentjurken. Je liep er niet mee te koop dat je een kindje kreeg. Tenminste ík liep er niet mee te koop.
En dan die echo’s. Wat een wonder. “Kijk daar is het armpje, en zie je die opgetrokken beentjes?” Dikke tranen verhinderde dat ik dingen zag. Hier lag mijn jongste met een kindje in haar buik. En ik was erbij, mocht erbij zijn…

Wat een vooruitgang ook dat je van te voren weet of je jongens- dan wel meisjesnamen mag verzinnen (om niet te spreken over al die andere praktische zaken als kleertjes, speeltjes en wat voor kamer). Wat een verschil ook.

In mijn tijd kreeg je een kind (of niet). Punt. En de man werkte en de vrouw zorgde voor het kind, voor het huishouden en het eten. Punt. Hoe anders met Caroline en Rutger. Zij hadden en hebben een onderhandelingsrelatie. “We moeten niet te lang wachten, want we weten wat er met Micky en Peter gebeurde.” En “ik heb ook gestudeerd en wil ook werken”. Of discussies over pappa- en mammadagen, over wie wat doet of waar verantwoordelijk voor is. En later mee te maken dat de pappa en de mamma honderd procent inwisselbaar zijn. Een openbaring. Voor mij in ieder geval.

En de zwangerschap zelf. Wat je niet mag eten, dat je niet mag ‘drinken’ om over het roken maar niet te spreken. Ik was me van geen kwaad bewust. Woonde in de tropen (op New Britain, een eiland dat toen nog hoorde bij Australische deel van Papua Nieuw Guinea) en sprak met niemand over mijn zwangerschap. Geen regelmatige controles. Niet voor of na de bevalling. Wij reden met een schaar in de auto voor als de vliezen zouden breken en we midden in de rimboe zouden zitten. Geen ouders (zelf ben ik wees), geen vrienden in de buurt die je kunnen voorbereiden over wat er gebeurt bij de bevalling. Ik was verschrikkelijk blond bij de nageboorte te denken dat ik nog een kindje kreeg …

Toen dat telefoontje, totaal onverwachts op een zondagochtend. Een zachte stem vol ingehouden emotie: “mam, je bent oma.” Hé, wat zegt ze nou, dat was ik toch al (van Micky haar drie adoptiekinderen).“ Langzaam kwam het besef. Mijn jongste dochter was bevallen en ik hoorde zijn eerste geluidjes…

About The Author

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Share This