Select Page

Verlies van je kindjes; 3de deel vijfluik

25

JULI, 2016

Column
Gezin & familie

Tweede deel gemist? Lees hier. 

TTS Syndroom, Universitair Medisch Centrum, Leiden, nu bellen, zo snel mogelijk, misschien morgen al. Ik herhaalde deze woorden aan manlief en ze bleven in mijn hoofd spoken tot we die maandag (want het LUMC vond het niet zo urgent dat we al voor het weekend moesten komen) dan eindelijk terecht konden. Totaal reden we zeven keren naar Leiden, wat in mijn hoofd vanaf toen zich altijd projecteert met een lange ‘ij’.

 

Zeven keren reden we er er hoopvol naartoe en kwamen we steevast met meer vragen en onzekerheden thuis. In ieder geval zes keren aten we na afloop een saucijzenbroodje (ik realiseerde me toen ik laatst een stukje nam dat ik niet gedacht had dat ik ze ooit nog zou kunnen eten). De laatste keer weet ik niet meer of we dat nog gedaan hebben. Van de laatste keer kan ik me uitsluitend herinneren dat we na een lange dag gesprekken en weer minimaal een uur een echoapparaat op mijn buik in een kamertje zaten met het hoofd van de afdeling gynaecologie en ik me voelde alsof ik er niet was, alsof dit niet over mij, niet over ons ging.

En wat het meest bijbleef is toen wij eindelijk door al die lange gangen de uitgang bereikt hadden en wij naar buiten liepen een gelukkig jong stelletje naar binnenliep, met een tweelingkinderwagen. Wij liepen naar buiten met een pil in het binnenvakje van mijn handtas die de bevalling in zou moeten gaan zetten. Vier weken hadden we gehoopt en gevreesd, onze verwachtingen bijgesteld en onze grenzen verlegd. De TTS waarmee het begon was allang niet meer het grootste probleem.

“Tijdens de eerste echo lag daarop de aandacht, maar drie dagen later tijdens ons tweede bezoek werden lichamelijke afwijkingen gezien. Weer een klap.”

Maar ook toen overheerste nog hoop. Uren en uren bracht ik door op internet en richtte me op alle positieve verhalen. Ik hield mezelf vol dat dit bij ons ook zo kon gaan. Maar het slechte nieuws bleef maar komen en langzaam sloeg de hoop om in vrees. In onmacht. De gesprekken in het ziekenhuis werden anders. Het besef dat ze uit alle macht aan het proberen waren alles te onderzoeken (inmiddels was er al een liter vruchtwater afgetapt voor onderzoek, om mijn immense buik te ontzien en de TTS tijdelijk te foppen) zodat ze voordat ik 24 weken zwanger was duidelijkheid hadden over de gezondheid van onze jongens. Voor de 24 weken, de grens dat je een zwangerschap mag afbreken. Dat zoeken naar die afwijkingen kon ik echt niet meer aan.

Het was het enige waarop ze ons nog wezen. “kijk hier, zie je dit voetje?” of “kijk hier, hier zie je duidelijk dat…..”. Alsof er alleen nog maar fouten in mijn buik zagen in plaats van onze twee jongens. Als een soort van laatste strohalm heb ik gebeld naar de echoscopiste bij ons in de stad. De dame die ons zo blij had gemaakt met het nieuws dat we twee jongens kregen slechts een week of vijf daarvoor. Zij maakte haar agenda voor die middag vrij en voor het eerst in weken kon ik genieten van het kijken op het beeldscherm. Gewoon onze jongens zien. Twee op het eerste gezicht prachtige baby’s. Zij liet me zien hoezeer ze op elkaar leken. Hoe mooi ze waren. Maar ook zij zag de zichtbare afwijkingen, ook zij vertelde me alle bijbehorende ellende en ook zij zag de steeds groter wordende dreiging van TTS waardoor een heel risicovolle operatie op korte termijn sowieso noodzakelijk zou zijn en dat de kans op een hele vroege geboorte heel groot was. Het was een heel lange optelsom.

Van deze echo kreeg ik prachtige foto’s en een complete DVD mee. Het was zo mooi. Het was denk ik het begin van het afscheid nemen voor mij. Die avond spraken we allebei voor het eerst hardop uit dat het afbreken van de zwangerschap door onze hoofden spookten. Dat maakte het echt. Echt en ontzettend verdrietig. Twee dagen later reden we voor het laatst naar Leiden. Eerst naar de klinisch geneticus, toen weer een echo en als laatste het gesprek met het afdelingshoofd. Daar hakten we de knoop door. Het woord ‘beslissing’ kan ik niet gebruiken, want het voelde niet alsof we iets te beslissen hadden. Het voelde niet als een keuze. Die avond ben ik voor het eerst sinds weken als een blok in slaap gevallen. Kapot, maar ook ongelofelijk rustig. Een rust die slechts zes dagen duurde…

 

Lees binnenkort het vierde deel van deze vijfluik. 

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Share This